hit
counter

deur2

Elke eerste zondag
van de maand 
-
Lutherse kerk
Oudegracht 187
Alkmaar

Inschrijven nieuwsbrief

U kunt zich hier inschrijven op onze nieuwsbrief.

Gevangenen bezoeken

verloren zoon

uit de serie: De werken van barmhartigheid van de Meester van Alkmaar

Laatdienst 5 maart 2017
Voorganger: Wim Timmer

Inleiding

We lezen vandaag de parabel van de verloren zoon. De verloren gewaande zoon, want hij keert weer terug naar huis. Eind goed al goed? Traditioneel wordt deze gelijkenis gelezen in de vastenperiode en fungeert zij als een tekst, die ons kan helpen de vraag te stellen naar onze relatie met God, 'de vader'. In de vasten wordt ons gevraagd met meer aandacht te leven met onszelf - Gezonde voeding, hoe vanzelfsprekend is jouw leefpatroon? Kan dat niet een onsje minder? En om aandacht te hebben voor onze omgeving - Kan ik van mijn overvloed bijdragen aan het tekort van een ander? Wat heb ik laten liggen, welke verantwoordelijkheid ben ik uit de weg gegaan?

De voorbereidingsgroep heeft de keus gemaakt de lezing van de verloren zoon te kiezen vanuit onze opdracht het thema gevangenen bezoeken/troosten centraal te stellen. Gevangenschap kent vele vormen. Uitgangspunt is in principe dat de samenleving uitsluit. De ene zoon wordt door zijn onrust gedreven en kiest ervoor zijn heil elders te zoeken. De vader weet zich geen raad met zijn gemis en volhardt in zijn hoopvol uitzien, maar daardoor ontgaat hem misschien wat er om hem heen gebeurt. De andere zoon gaat door, werkt hard, heeft zijn leven opgebouwd, maar compliment-loos vereenzaamd hij.

Gevangenschap is zijn op een plek waar je niet hoort, is niet thuiszijn. Gevangenen bezoeken is hen allereerst thuis brengen bij zichzelf om vervolgens op zoek te gaan naar die plaats waar ook zij weer thuis kunnen komen. Troosten wordt hier ook vaak vertaald als thuiskomen bij god.

 

Verloren gewaand

Ik dacht de wereld is van mij
Mijn overmoed kreeg vreemde gezichten
Ik waande mij van plichten vrij
Mijn verlangen deed mij telkens zwichten
Ik ontdooide toen ik niets meer had
Keerde terug naar mijn vader die ik eens bezat

Ik dacht: nu heb ik geen broer meer
Zijn keuze deed mijn tranen verschuilen
Ons gedeelde leven neemt geen keer
Het zwarte schaap weerhield mijn hart te huilen
Ik verstarde toen ik hem weer zag
Toen hij aan mijn vaders voeten lag

Ik dacht: is mijn liefde dan niet genoeg geweest
Dagelijks op de uitkijk, mijn ogen gingen stralen
Ik vroeg hem: blijf bij me en vier nu eindelijk feest
En vertel elkaar je eigen verhalen
Twee zonen, toekomst in overvloed
Het werd avond en morgen, zo was het goed

 

1. Verlorengeraakt

'Vader: geef mij mijn deel van de erfenis'. Het zal je overkomen dat je kind dat tegen je zegt! Alsof je er niet meer bent, alsof je liefde en zorg er niet meer toe doet. Wat voor een kind is dat? Zo heb ik je toch niet opgevoed, daarvoor is de ruimte die we je als ouders hebben gegeven toch niet bedoeld geweest..., moeten we dit niet eerst met je broer bespreken?

Veel ouders voelen zich schuldig als hun kinderen een eigen weg inslaan en de 'verkeerde' keuzes maken, verslaafd raken aan de tijdgeest, de graaicultuur, aan genotsmiddelen... Het voelt alsof je een stuk van jezelf kwijtraakt. Dan begint het wachten en hopen dat het goed komt, dat het contact hersteld wordt. Als ik in mijn werk de vraag stel: “Voor wie denk je dat wat je gedaan hebt en waardoor je nu hier bent het ergste is?” Dan is het antwoord vaak hetzelfde als op de vraag “Voor wie schaam je je het meest?”, namelijk: “Mijn ouders”.

'Toen kwam hij tot zichzelf en besloot: ik ga terug naar mijn vader'. Hoe oprecht is zijn spijt, berouw? Is het echt een intrinsiek inzicht: wat ik gedaan heb was fout. Berouw en bekering hoeven niet hetzelfde te zijn. Spijt kun je van zoveel dingen hebben, spijt omdat het misgelopen is, spijt omdat het uit is gekomen, je betrapt bent. Zou je ook spijt hebben gehad als je niet in de gevangenis was beland...?

Toch blijven mensen vanuit de kerken gevangen bezoeken. Ik noem mijn vrijwilligers engelen, goede boodschappers, omdat het bezoeken altijd een uitnodiging blijft om terug te keren. Gevangen bezoeken is het troosten met de uitgestoken hand dat je altijd weer thuis kan komen. Want voor de vader is echt berouw blijkbaar geen noodzakelijke voorwaarde

2. Teruggekomen

De vader staat op de uitkijk, hij rouwt. Zijn pijn en verdriet doet hem op zijn verloren gewaande zoon toesnellen. De pijn en verdriet, het berouw, van zijn zoon maakt het mogelijk om weer vreugde en geluk te ervaren. Hij valt om de hals, daar waar het juk van de zondenlast drukt. De vader tilt de last van alles wat fout is gegaan, wat is misdaan, op.

'Haal vlug de mooiste kleren en trek het hem aan, doe een ring aan zijn vinger en schoenen aan zijn voeten. Haal het gemeste kalf en slacht het; laten we eten en feestvieren, want de zoon hier was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is teruggevonden'. Wacht even, vergeet u niet iets. Waarom niet opdracht gegeven eerst zijn broer te roepen? Die kleren, de ring en het gemeste kalf zijn toch ook van hem... Hoe kan het feest nou beginnen zonder hem?

In zijn enthousiasme (in-god-zijn) is God soms een beetje vergeetachtig. Dat begon al bij de schepping: van alle dieren maakt hij er twee, onlosmakelijk paar, maar van de mens slechts een... Pas toen hij er een tegenover bij had gemaakt was de mens compleet. Vergeven wil ik wel, maar vergeten kan ik nog niet. Wie slachtoffer is van een misdaad, wie zich tekort gedaan voelt, lukt het vaak niet te doen wat de vader hier doet.

Hoe vaak niet horen wij de verhalen van gezinnen waar een kind een extra belasting met zich meebrengt: een ernstige ziekte of tekortkoming, een verslaving of een afdwalen in de wereld van de criminaliteit. Je ziet de last waaronder de ouders gebukt gaan, maar ook de gevolgen voor de andere kinderen. Zij worden vaak tekort gedaan en hebben eveneens te lijden om het tekort aan aandacht dat zij ontberen. 

Het wordt pas echt een feest als je samen wat te vieren hebt. De parabel van de verloren zoon bevraagt ook ons. Wat hebben wij te vieren als we hier samenkomen? Wat is onze opbrengst van het doen van de werken van barmhartigheid? Wie hebben wij gezocht en gevonden? Herkennen wij mensen die gevangen zitten in hun eigen gelijk, in hun verleden of in hun misdaad? Hoeveel ex-gevangen zitten hier in de kerk?

Het appél dat van de werken van barmhartigheid uitgaat raakt ons wel en we begrijpen dat je concreet moet handelen: de hongerigen voeden, de dorstigen laven, de naakten kleden, de vreemdelingen huisvesten, de zieken bezoeken, maar de gevangenen troosten... Dat blijft toch meestal abstract. Ik ken ze niet, ik ontmoet ze niet! Voor iedere gevangene geldt dat er ergens ouders verdriet hebben, een partner alleen is en kinderen opgroeien zonder een of beiden ouders... Een laatste taboe?

3. Thuiskomen

Hij was niet thuis, hij was nog in het veld aan het werk. Geen versnelde pas toen hij het feestgedruis hoorde, geen vreugdekreet omdat zijn broer terug was gekomen! Buitengesloten en niet gehoord! Hij werd kwaad en wilde niet binnenkomen. Kijkt u wel eens naar het Familiediner? Je zou wensen dat Bert van Leeuwen kon ingrijpen…

Hij noemt zijn broer niet bij name, hij noemt hem niet eens zijn broer, die schande voor de familie. 'Nu die zoon van u is thuisgekomen' is het wel feest, maar voor mij was er nooit iets extra's, voor mij had u nooit aandacht! Natuurlijk heeft hij recht van spreken, misschien wel meer dan zijn broer, die tamelijk hoogdravend roept: 'Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, ik ben het niet waard uw zoon te heten'.

Twee zonen; Kaïn en Abel, Izaäk en Ismaël, Ezau en Jacob. We kennen de verhalen en telkens weer worden we door de vader op het verkeerde been gezet. Die barmhartige onbegrijpelijke vader maakt keuzes die wij niet gelijk kunnen volgen. Onze verbazing of misschien wel ergernis maakt het nog erger. We sluiten onszelf buiten en beslissen dat we niet meedoen, niet willen delen in de feestvreugde. Dat is ook gevangenschap... 

Weet de vader deze zoon te overtuigen? Weet hij ons te overtuigen? De parabel van de "verloren of misschien beter gevonden zoon" geeft daar geen antwoord op. Sterker nog, deze gelijkenis laat ons achter met de vraag wie van de twee nu eigenlijk de verloren zoon is. Je moet je natuurlijk ook willen laten vinden om gevonden te kunnen worden. Dat geldt voor ons allemaal.

'Kind, je bent altijd bij me en alles wat ik heb is van jou'. Wie goed naar het schilderij van Rembrandt kijkt ontdekt de andere zoon bijna verscholen op de achtergrond. Hij kijkt over de schouder van de zegenende vader mee, goed voorbeeld doet goed volgen... Kijk je goed op de panelen in de grote kerk naar de Werken van Barmhartigheid dan zul je Jezus zelf ontdekken als de hongerige, dorstige, naakte, vreemdeling, zieke en gevangene. Dan is de ander geen 'blinde vlek' meer, maar de broeder of zuster waar je niet zonder kunt.

Zo durven kijken en doen opent deuren, sluit niet uit en laat geen kans verloren gaan te helen, goed te maken, welkom te zijn op het feest. Dat is thuiskomen, dat is de droom van hen die op de uitkijk staan! Geen ballingschap, geen verslaving, geen gevangenschap die daar tegenop kan.

Vreemdelingen onderdak verlenen

onderdakDe volgende Laatdienst
is op 2 april:
voorganger:
Evelien van Melle
(em. predikant P.K.N. /
geestelijk verzorger GGZ)

Viering op de avond voor Pasen

paaswakezaterdag 15 april om 22.00 uur
m.m.v. het Laatkoor o.l.v. Jelle Jan Klinkert
piano: Pieter Rynja
voorganger: Gonny Loman (kath. theoloog)

Op de avond voor Pasen een moment van bezinning en inkeer.
Wat later op de avond, om 22.00 in het donker van de nacht.
Pasen is het feest van licht en leven, oude woorden van schepping, uittocht en verrijzenis klinken in taal en toon. Weerbarstige woorden, spreken ze nog voor zich? Zijn ze nog te verstaan en actueel?
Zingend en biddend de nacht in naar bevrijding, naar nieuw leven en licht.